Waren de “groep van 16” die op 25 februari 1980 via een coup de macht overnamen op de plantage Suriname helden, of slechts gemanipuleerde en misbruikte slaven, die de belangen dienden van de Nederlandse kolonialisten?

Suriname werd zogenaamd “onafhankelijk” op 25 november 1975 — dat was alleen een sprookje voor de domme slavenmassa. Op de achtergrond gingen de eigenaren van plantage Suriname rustig door met de uitbuiting. Vandaag is Suriname nog steeds niet onafhankelijk. Sterker nog, slavernij bestaat nog steeds, alleen weten velen het niet.

Ruim vóór de zogenaamde “onafhankelijkheid” hadden de kolonialisten in Nederland al een plan uitgewerkt om in te grijpen mochten hun belangen op de plantage Suriname niet behartigd worden of zelfs in gevaar komen.

Uit de onthullingen die nu loskomen komt naar voren dat er binnen de Nederlandse legerleiding een sterke ultra-reactionaire stroming was die vanaf het begin tegen een echte Surinaamse onafhankelijkheid was en voor niets terugdeinsde om deze onafhankelijkheid te ondermijnen. Zo is er sprake van een door de Nederlandse legerleiding in 1974 en 1975 opgesteld plan onder de codenaam De Zwarte Tulp. Dit plan, gedateerd ongeveer vijf jaar vóór de Surinaamse onafhankelijkheid, was de blauwdruk voor een operatie ter bezetting van alle vitale punten in Suriname in geval van ongeregeldheden, waarbij een deel van de Surinaamse militairen zich tegen het Nederlandse gezag zou kunnen keren. Dit operatieplan Zwarte Tulp zou door kolonel Valk zijn bijgewerkt en Bouterse ter hand gesteld als handleiding voor diens coup.

“Kolonels” – “De Waarheid” 30/7/1983

Terwijl de slaven van plantage Suriname zogenaamd “onafhankelijk” werden dachten ze in Nederland er dus heel anders over. En hier zie je duidelijk waar het allemaal om ging:

Regeringsfunctionarissen uit de periode-Arron hebben verklaard, dat Nederland “weinig verdere heil zag in samenwerking met de regering van Arron en de Nederlandse belangen door Paramaribo steeds verder op de achtergrond werden geplaatst.” Met name zou het erom gaan, dat Nederland “wilde blijven profiteren van het wingewest Suriname, ook via nieuw aan te boren bodemschatten en dat proces via de regering-Arron, maar niet op gang kon komen.”

Een bewijs hiervoor lijkt gevonden te worden in het feit, dat ontwikkelingshulp, aan het bewind-Bouterse is blijven verstrekken en daarmee is blijven doorgaan, ondanks de overstelpende bewijzen van mensenrechten-schendingen: van willekeurige arrestaties tot mishandelingen toe. Pas toen in december vorig jaar op grote schaal burgers werden gedood, staakte Nederland de ontwikkelingshulp.

“Den Haag achter coup Bouterse” – “Amigoe” 29/7/1983

Kijk hoe “onafhankelijk” jullie waren, slaven van plantage Suriname. Uit het bovenstaande blijkt verder duidelijk dat het de plantage eigenaren niet uitmaakt welke basjas aan de macht zijn op de plantage Suriname (ook al schenden ze mensenrechten), zolang die maar hun opdrachten uitvoeren en vlot mee werken aan de uitbuiting. Dit zie je vandaag de dag wereldwijd; de ergste psychopaten worden aan de macht geholpen en gehouden zolang die maar de belangen van de internationale financiële elite dienen.

Toen de eigenaren van de “onafhankelijke” plantage Suriname hun zin niet kregen, probeerden ze al vanaf 1979 lokaal slaven op te hitsen tegen de toenmalige basjas in de roverheid (Arron en co.) die maar niet (snel en goed genoeg) met de uitbuiting wilden meewerken. Het plan was om die basjas met geweld te vervangen met andere basjas die zich wel als marjonetten zouden gedragen. Kolonel Valk die via een Nederlandse militaire missie was gedropt op de plantage Suriname, probeerde lokaal slaven zover te krijgen om het vuile werk te doen. Hij probeerde het eerst bij anderen, waaronder Roy Bottse, en uiteindelijk Bouterse.

Het weekblad [“Vrij Nederland”] schrijft in zijn allerlaatste editie over bewijzen te beschikken, dat de Nederlandse regering niet alleen de Staatsgreep in Suriname heeft helpen voorbereiden, maar zelfs al veel eerder, namelijk in 1979, heeft geprobeerd een aantal officieren uit het Surinaamse leger tot een coup tegen Arron op te zetten. De toen benaderde legerofficieren van Rey, Bottse en Cairo wilden er evenwel niet aan beginnen. Daarom probeerde Valk het later met een groep rond de sport-instructeur Bouterse.

“Den Haag achter coup Bouterse” – “Amigoe” 29/7/1983

“Kolonel Valk (van de Nederlandse militaire missie in Paramaribo) heeft mij inderdaad benaderd over een machtsovername in Suriname en heeft mij in contact gebracht met de Surinaamse Volkspartij. Dit contact is mislukt. Men heeft me toen met rust gelaten.” Aldus de ex-Iuitenant van het Surinaamse leger Roy Bottse, die al enkele jaren in Rotterdam verblijft.

Bottse, voor de Avro-tv: “Ik weet mij goed de woorden van kolonel Valk te herinneren die hij in Den Haag kort na de staatsgreep van 1980 tegen mij uitte: “Ik had je gewaarschuwd, ik heb het je gezegd: Als jij het niet doet doen de onderofficieren het. Je hebt het niet willen geloven, je ziet het.”

Valk had Bottse, zo vertelde deze, voor de staatsgreep in de officiersmess in Paramaribo gesproken over het leger en de buitenspelsituatie van het leger, mede ingegeven door de grote controverse tussen commandant Elstak en Valk. “Daarover pratend deed hij mij onomwonden het voorstel tot overname van de macht, waarbij hij het woord staatsgreep niet gebruikte,” aldus Bottse.

Bottse, die onlangs zelf een bevrijdingsexpeditie op touw had willen zetten, had die informatie doorgegeven aan de leden Koenders en Demming van de inlichtingendienst. Bij dat gesprek waren volgens hem “ook politici” aanwezig geweest.

“‘Kolonel Valk vroeg mij wel degelijk macht te grijpen'” – “Het Vrije Volk” 1/8/1983

Een voormalige luitenant van het Surinaamse leger, Roy Bottse, heeft verklaard dat kolonel Valk hem destijds heeft benaderd over een machtsovername in Suriname. De ex-luitenant zei dit zaterdagavond in de actualiteitenrubriek Televizier Magazine van de AVRO. Bottse reageerde op het geheime rapport van de Contra inlichtingen dienst (CID) waarin staat dat leden van de Nederlandse militaire missie in Paramaribo legerleider Bouterse zouden hebben geholpen bij diens greep naar de macht in Suriname op 25 februari 1980.

De ex-sportinstructeur bij het Surinaamse leger D. Staphorst zei in Televizier Magazine ook door Valk benaderd te zijn over een machtsovername.

“Ex-officier: Valk wilde een coup” –  “NRC Handelsblad” 1/8/1983

Zelfs het plan voor overname gaf kolonel Valk aan de lokale slaven op basis waarvan die het vuile werk zouden moeten doen voor de kolonialisten.

Het draait allemaal, zo schrijft het weekblad, rond de samenstelling van een supergeheim rapport “Zwarte Tulp”, dat nog vóór de Surinaamse onafhankelijkheid was opgesteld in opdracht van de Nederlandse legerleiding in Den Haag. Indien ooit uitgevoerd, zou “Zware Tulp” neerkomen op een regelrechte staatsgreep.

De Nederlandse legerleiding heeft op gegeven moment opdracht gegeven alle bestaande kopieén van “Zwarte Tulp” te vernietigen. Eén exemplaar bleef echter intact en het zeer sterke vermoeden bestaat, dat kolonel H. Valk, hoofd van de Nederlandse militaire missie in Suriname, dat plan later aan Bouterse heeft afgestaan. De feilloze wijze, waarop die de staatsgreep uitvoerde — in grote Iijnen overeenstemmend met “Zwarte Tulp” — pleit daarvoor, evenals het feit, dat een sergeant-sportinstructeur als Bouterse nooit op zulk een perfecte manier een dergelijke operatie kon hebben voorbereid noch minder hebben verwerkelijkt.

“Den Haag ontwierp blauwdruk van coup” – “Amigoe” 1/8/1983

Limburgs Dagblad (27 juli 1983)

Ook werd geholpen met de selectie van “de groep van 16.”

Aan de, volgens militaire deskundigen ‘excellent georganiseerde’ operatie van toen, zijn de handtekeningen verbonden van het hoofd der missie, de kolonel Valk en van zijn medewerkers, de kapiteins Clements en Briaire. Hun talent is ervoor verantwoordelijk geweest dat de sportinstructeur D. Bouterse, samen met zijn vijftien jachtgeweer dragende makkers, de macht in het land heeft kunnen overnemen.

Na de gelukte staatsgreep stuurde kolonel Valk een gelukstelegram naar de Militaire School in Weert, waar de meeste van de samenzwerende onderofficieren zijn opgeleid. ‘Hoewel het vak staatsgreep niet op het rooster staat,’ aldus de strekking van dit telegram, ‘feliciteren wij u met het geven van zo’n geweldige opleiding.’ Nu, bijna drie jaar later, erkent Valk dat de ingewikkeldheid van welke staatsgreep het militaire genie van een Bouterse verre te boven gaat. ‘Natuurlijk is hij door experts geholpen.’

Die experts waren ruim vertegenwoordigd in de Nederlandse militaire missie. Die kenden het Surinaamse leger als hun broekzak. Rond Bouterse stelden zij een groep samen die puur functioneel was: alle benodigde kennis was voorradig en er zat geen man te véél in. Bouterse zocht eenvoudig de mensen aan, die Valk, Clements en Briaire, op grond van hun jarenlange omgang met de onderofficieren, hadden aangewezen.

“De Nederlandse militaire missie bracht Bouterse aan de macht” – “Vrij Nederland” 25/12/1982

“Vrij Nederland” citeert hierbij een geheim rapport, gedateerd 7 december 1981, dat het verslag bevat van een onderzoek door de (Nederlandse) Contra-Inlichtingen Dienst. Uit het onderzoek van deze dienst is gebleken, dat Valk de geestelijke vader is geweest van de militaire coup in 1980. Een uur na de geslaagde machtsgreep, aldus het rapport verder, vierden de coupplegers in Paramaribo feest met Valk, ten huize van een ander lid van de Nederlandse militaire missie, kapitein A. Clements.

“Den Haag achter coup Bouterse” – “Amigoe” 29/7/1983

Vrij Nederland (25 december 1982)

Valk handelde in opdracht van de plantage eigenaren natuurlijk — die het voor het zeggen hebben in de Military Industrial Complex — en werd later beloond met een hoge NAVO functie, en gevrijwaard van vervolging voor zijn rol bij de staatsgreep van slaaf Bouterse, die inmiddels na de staatsgreep op 25 februari 1980 opper-basja was geworden op de plantage Suriname.

Toen de officieren (genoemd worden de namen van de luitenants Bottse, Van Roy en Cairo) op zijn voorstellen niet ingingen, probeerde Valk het verder bij de onderofficieren. Met een groep rond de sportinstructeur D. Bouterse lukte het wel. Kolonel Valk zou zich volgens het rapport [gedateerd op 7 december 1981 en uitgebracht door C.I.D. topman majoor Koenders] hebben schuldig gemaakt aan ‘krijgstuchtelijke en strafrechtelijke vergrijpen’. Het rapport zou volgens V.N. onder tafel zijn geschoven en niet zijn doorgegeven aan de verantwoordelijke ministers.

“‘Coup Bouterse gesteund door Nederlanders'” – “Het Vrije Volk” 27/7/1983

Ten eerste is het al sedert het prille begin van de Surinaamse staatsgreep bekend, dat met name kolonel Valk bijzonder goed bevriend was met Bouterse, hetgeen de vraag heeft doen rijzen of Valk — met opdrachten uit Den Haag — heeft aan het in het zadel werken van Bouterse. De Nederlandse betrokkenheid lijkt verder te gaan dan de “rol van Valk”, omdat hij als hoge beroepsofficier vrijwel onmogelijk op eigen houtje kon hebben gehandeld, aldus persberichten uit Nederland. Het feit dat de Nederlandse regering pas nu een onderzoek laat instellen, doet volgens dezelfde bronnen ook vreemd aan.

Met name het weekblad “Vrij Nederland” heeft reeds geruime tijd geleden ellenlange artikelen gewijd aan de rol van Valk, zowel vóór als na de staatsgreep. In deze artikelen heeft “Vrij Nederland” gezegd, dat Valk zelfs bij de voorbereiding van de staatsgreep betrokken is geweest. Hij zou de groep-Bouterse bij elkaar hebben gebracht, het plan voor de machtsovername mede hebben ontworpen en na de staatsgreep in zeer nauw contact met de militaire top hebben gestaan.

“Als het zo lang bij zo een breed publiek bekend is, dat Valk erg bevriend was met Bouterse en de kolonel daarna door Den Haag werd gepromoveerd naar een hoge militaire post binnen de NAVO, dan kan moeilijk anders worden geconcludeerd, dan dat de vriendschap van Valk met Bouterse de instemming had van Den Haag”, aldus heeft gisteravond een voormalige officier uit het Surinaamse leger in Amsterdam in een vraaggesprek verklaard.

“Den Haag achter coup Bouterse” – “Amigoe” 29/7/1983

Overduidelijk bewijs dat er een hoger macht bestond voor wie Valk werkte — de internationale financiële elite (“shadow government” etc.) — waar zelfs Nederlandse politici (zelf ook slaven) geen kennis van hadden en vanuit waar ze regelmatig ook leugens voorgeschoteld kregen.

Ten eerste het bestaan van het door Vrij Nederland opgedoken rapport van de Contra-Inlichtingen Dienst van de Nederlandse landmacht, waarin wordt beschreven hoe de Nederlandse Militaire Missie in Paramaribo onder leiding van kolonel H. Valk aanstuurde op een militaire staatsgreep tegen de regering-Arron. Ten tweede van de verdenking dat dit rapport door hoge militaire en/of ambtelijke kringen in Den Haag aan de minister werd onthouden, met als gevolg dat ministers opzettelijk met leugens naar het Nederlandse parlement werden gestuurd.

De vraag is door wie Valk en de zijnen in Paramaribo werden gedropt en met welke bedoelingen. Vrij Nederland spreekt van een “generaalsclub” in Den Haag, die eigenmachtig politiek maakt. De Telegraaf, in bedoelde kringen waarschijnlijk niet slecht ingevoerd, citeert “ingewijden” die zeggen dat het een rapport door kolonels over kolonels was, daarmee eveneens het bestaan suggererend van een militaire kliek die de eigen zaakjes binnen eigen kring afhandelt.

Een van de opvallende aspecten aan de hele affaire is voorts dat twee van de genoemde figuren — en niet de eerste de besten — inmiddels hoge NAVO-functies bekleden. De een is kolonel Valk zelf, die thans Nederlands inlichtingenofficier bij de NAVO in Brussel is. De ander is luitenant-generaal C. de Jager, destijds chef van de landmachtstaf, die in Den Haag behoord zou hebben tot degenen die het CID-rapport wel in handen kregen, en nu voorzitter is van het militair comité van de NAVO.

“Kolonels” – “De Waarheid” 30/7/1983

Meer over dit “generaalsclub” en waartoe ze in staat zijn kunnen we terug zien in de behandeling die Peter Meyer kreeg, toen die achter geheime informatie kwam m.b.t. kolonel Valk en de coup van Bouterse, inclusief een exemplaar van het operatieplan “Zwarte Tulp”. 1

Bouterse werd lekker ge-social-engineered door Valk om het vuile werk voor de plantage eigenaren te doen. Nadat hij al misbruikt was zou Valk zich heel anders opstellen tegenover Bouterse. Business as usual binnen de militaire inlichtingen diensten waaronder Valk opereerde. Kijk maar naar het contrast in de onderstaande berichten. Bouterse noemt Valk een vriend van Suriname, terwijl Valk niks van Bouterse moet hebben.

Bij een intiem afscheidsdiner echter prees de inmiddels bevelhebber geworden voormalige sportinstructeur hem als ‘de man, die voor mij verschrikkelijk belangrijk geweest is’. Aan tafel zaten, behalve Valks opvolger kolonel G. Maarseveen, de ambassadeur Vegelin, de regeringsadviseur A. Haakmat en enkele medemissieleden. Terwijl de Nederlandse ambassadeur steeds roder aanliep, vervolgde Bouterse: ‘Wanneer u, kolonel, ons niet gezegd had dat wij het hadden moeten doen, dan hadden wij de coup nooit gepleegd. Ooit zullen wij uw aandeel helemaal bekend kunnen maken.’

“De Nederlandse militaire missie bracht Bouterse aan de macht” – “Vrij Nederland” 25/12/1982

Paramaribo, midden juni 1980, een zondagmorgen. De avond ervoor heeft kolonel Hans Valk met “de jongens” uitvoerig zijn afscheid gevierd. Er is mooi gesproken. Desi Bouterse — één van de jongens — heeft het heel duidelijk gesteld, daarmee de kolonel onbedoeld compromitterend: “Zonder u, kolonel, zou deze coup niet hebben plaats gehad. Voor u zal altijd een plaats zijn in het Surinaamse leger.” Daarna is een pittig glas whisky geheven.

“‘Valk was voor Desi Bouterse een soort vaderfiguur'” – “NRC Handelsblad” 13/8/1983

DEN HAAG — De Surinaamse bevelhebber Desi Bouterse noemt de Nederlandse kolonel Valk “een goede vriend van Suriname”.

Kolonel Valk heeft zijn vriendschap met Bouterse altijd ontkend. “lk had een normaal contact met hem, zoals je dat van een militair attaché mag verwachten. Er was geen bijzonder band met de bevelhebber“, aldus Valk. Zijn woorden worden niet alleen gelogenstraft door Bouterse zelf, ook anderen die de Surinaamse coup hebben meegemaakt spreken over een “zeer goed tot bijzonder” contact tussen Valk en Bouterse.

“Nieuwsblad van het Noorden” – “Bouterse over kolonel Valk: ‘Hij was een goede vriend van Suriname'” 30/7/1983

Hier was Bouterse duidelijk nog niet wakker genoeg om door te hebben dat hij was misbruikt door Valk om het vuile werk voor de plantage eigenaren te doen. Dat zou hij zich wel gaan realiseren niet lang hierna. Op z’n laatst zou Bouterse de rol van Nederland door hebben toen ze de slaaf Brunswijk hielpen met zijn verzet in de periode 1986.

Amigoe (29 juli 1983)

Zo naïef en onervaren als Bouterse en co. waren zijn ze erin getrapt in 1980, denkende dat ze “vrijheidsstrijders” en “revolutionairen” waren, niet wetende dat ze misbruikt werden door de kolonialisten en tegen hun eigen mensen werden opgehitst. Later zou Bouterse ervaren hoe het is om aan de andere kant te staan, toen ook hij als basja weigerde te doen wat de plantage eigenaren vroegen, en die dan andere naïeve slaven tegen hem begonnen op te hitsen.

Eenmaal misbruikt, en toen ze later niks meer aan Bouterse hadden, zouden de plantage eigenaren namelijk constant proberen andere basjas aan de macht te helpen op de plantage Suriname. Vóór die tijd zou Nederland “good cop/bad cop” spelen samen met Amerikaanse inlichtingendiensten tegen Bouterse (de Military Industrial Complex werkt internationaal en maakt gebruik van al hun instrumenten wereldwijd, whatever ze goed uitkomt op een bepaald moment).

Zo zou de Amerikaanse CIA samen met naïeve Surinaamse slaven zorgen voor destabilisatie in de periode 1982 om zodoende Bouterse weg te krijgen. Toen dat niet lukte, zou dezelfde Roy Bottse die in 1979 door Valk werd benaderd om een staatsgreep te plegen tegen Arron, later in de periode 1983-1984 worden aangezet om een invasie voor te bereiden tegen Bouterse vanuit Frans-Guyana, met hulp van Amerikaanse huurlingen.

Toen dat niet lukte zouden de plantage eigenaren rond 1986 via de Nederlandse kolonel van Tussenbroek de slaaf Brunswijk manipuleren om in verzet te gaan tegen Bouterse. Luister vooral vanaf 11:00 hoe hij zelf beschrijft hoe ze hem erin gemanipuleerd hebben en daarna in de steek lieten.

Brunswijk moest zorgen voor destabilisatie op de plantage, die later zou overgaan in een invasie vanuit Nederland gesteund door de Amerikanen:

Nederland stond in 1987 op het punt om, met steun van Amerika, Suriname binnen te vallen en legerleider Desi Bouterse te arresteren. Lees de reconstructie uit de Volkskrant van 20 november 2010.

Suriname, zes jaar na de sergeantencoup van Desiré Delano Bouterse. Er heerst, sinds juli 1986, veel onrust in het land na de oprichting van het Nationaal Surinaams Bevrijdingsleger, beter bekend als het Junglecommando onder leiding van Ronnie Brunswijk. Het Surinaamse leger valt, als represaille voor acties van Brunswijk en zijn strijders, dorpen aan. De oud-kolonie staat aan het begin van de bloedige ‘binnenlandse oorlog’ die tientallen levens zal kosten.

De Nederlandse regering denkt in het najaar van 1986 niet voor het eerst na over ingrijpen in Suriname. Eind 1982 was ook al een verzoek van de Verenigde Staten binnengekomen voor steun bij een invasie.

Suriname ergert zich er ook aan dat Nederland oogluikend toestaat dat vanuit ons land steun aan Brunswijk wordt gegeven door in Nederland woonachtige Surinamers. Nederland zou erop uit zijn om een klimaat te scheppen dat een invasie rechtvaardigt.

Het zal hierna lang stil blijven over het invasieplan. Bob de Graaff en Cees Wiebes wijden in 1998 er in hun boek Villa Maarheeze (over de geschiedenis van de Inlichtingendienst Buitenland) een alinea aan, maar schrijven dat ten onrechte toe aan de Amerikanen. In 2007 verschijnen postuum de dagboeken van Ronald Reagan, waarin het invasieplan opnieuw kort wordt genoemd. Reagan schrijft wel dat het om een Nederlands plan gaat.

Lubbers en Van den Broek bevestigen het bestaan van het plan voor de operatie. ‘Ik kon hier op 10 december 1986 uiteraard geen open kaart over spelen tegenover de Tweede Kamer’, zegt Van den Broek. ‘Het Surinaamse verzoek was bedoeld om de dictatoriale legerleider Bouterse te (helpen) verwijderen. Daarmee is echter niet gezegd dat mogelijke Nederlandse militaire steun uitsluitend die doelstelling had. Onze medeverantwoordelijkheid voor het lot van de Surinaamse Nederlanders (tijdens de binnenlandse oorlog) heeft daarbij ook een rol gespeeld.’

“Reconstructie: Hoe Nederland een aanval op Suriname overwoog” – “de Volkskrant” 20/1/2010

In de wereld van de plantage eigenaren — de internationale financiële elite — gaat het slechts om hun belangen: het misbruiken en uitbuiten van de slaven. Zolang je daaraan wil mee werken als basja ben je bruikbaar, anders moet je vervangen worden. Ze kennen geen vrienden. Toen ze Bouterse konden gebruiken was hij hun “vriend” en sloten ze zelfs hun ogen voor mensenrechten schendingen op de plantage. Toen bleek dat hij niet wilde mee werken met de uitbuiting moest hij het veld ruimen zodat andere basjas aan de macht geholpen konden worden die wel zouden luisteren.

Dit is natuurlijk een van de belangrijke redenen waarom Bouterse weet wat “buitenlandse invloeden” zijn en tegenwoordig vaak waarschuwt hiervoor. Hij was zelf misbruikt door “buitenlandse invloeden”. Uit ervaring worden we minder naïef, en leren we.

Aan ons de taak nu om te leren uit die voorgaande ervaringen, zodat we ons niet opnieuw voor het karretje laten spannen van de plantage eigenaren, vaak zonder dat we het door hebben. Dat overkwam velen in de periode 1982 die niet wisten dat de CIA in Suriname bezig was, en net als slaaf Bouterse in het begin dachten dat ze “vrijheidsstrijders” waren, terwijl ze juist deden wat in het belang was van de plantage eigenaren en de lokale financiële elite (die altijd mee profiteren van de kruimeltjes die de plantage eigenaren laten vallen bij de grootschalige roof en uitbuiting). Later zou de slaaf Brunswijk ook dezelfde fouten maken, zoals we hebben gezien, en zich laten manipuleren tegen opper-basja Bouterse.

In plaats van dat we ons laten manipuleren via verdeel en heers strategieën en onderling vechten met elkaar, zouden we moeten vechten tegen het systeem van uitbuiting en slavernij welke de plantage eigenaren voor ons achterlieten, wetende dat ze via dat systeem altijd nog de controle hebben over de plantage en de slaven. Meer over dat systeem kan je lezen op: “Statisme: Een Systeem voor jouw Slavernij”. Als we weigeren om de hoofdoorzaken van de bovenstaande gebeurtenissen grondig te onderzoeken en te leren daaruit, zal de geschiedenis zich blijven herhalen, en zullen generatie na generatie telkens weer andere slaven precies dezelfde fouten maken zoals duidelijk is gebleken.

Footnotes

  1. 1^Meer over Peter Meyer:

    Ruim een jaar na de staatsgreep werd zekere Peter Meyer, administratief medewerker, door Den Haag naar Paramaribo uitgezonden om er te werken bij de militaire missie. Meyer, die bekend stond als een man met een groot sociaal hart, lag al snel overhoop met Valk en de andere leden van de missie, die erg goed bevriend waren met Bouterse. Meyer vond een exemplaar van “Zwarte Tulp” en maakte dit bekend. […]

    Voor Peter Meyer breken moeilijke tijden aan. […] Het werd Meyer te veel en hij moest zich onder psychiatrische  behandeling stellen. In stilte werd hij korte tijd later naar Schiphol overgevlogen. Den Haag wilde hem in een inrichting doen opnemen, maar zijn familie hoorde van zijn terugkeer, was ook op Schiphol aanwezig en verhinderde de opname.

    Peter Meyer had echter – zo verklaarde hij hoogst persoonlijk – het exemplaar van “Zwarte Tulp” uit Suriname weten te smokkelen. Hij wist verder bijzonder veel, niet alleen over de rol van Valk, maar ook over houding en handelen van het Nederlandse ministerie van defensie en van de regering in Den Haag. In Nederland werd hij geschaduwd door de inlichtingendienst. Tegen zijn broers zei hij kortgeleden “het gevoel te hebben dat hem iets zou overkomen.” Op 15 juni, omstreeks half één in de ochtend, stierf Meyer bij wat de politie een “eenzijdig ongeval” noemde. Met zijn wagen zou hij in een flauwe bocht zijn geslipt. Het Nederlandse ministerie van defensie maakte bekend geen “enkele aanleiding te zien nader onderzoek te gelasten naar de achtergronden van de dood van Meyer.”

    “Den Haag ontwierp blauwdruk van coup” – “Amigoe” 1/8/ 1983

    HEERLEN – “Ik ben mijn leven niet meer zeker. De Nederlandse staat zou er heel wat voor over hebben als mij een ongeluk zou overkomen. Ze zijn hier toch zeker erger dan de KGB”. Op 15 juni van dit jaar gaat die veronderstelde wens van de Nederlandse staat in vervulling. Peter Meyer sterft aan een schedelbasisfractuur, opgelopen als zijn niet lang geleden gekochte Volkswagen op de Westlandsweg in Delft door nog onopgehelderde oorzaak begint te slippen en tegen een boom tot stilstand komt.

    Zijn familie legt zich niet bij zijn dood neer. Had Peter Meyer niet altijd tegen hen gezegd: “Als mij iets overkomt, hecht dan bij voorbaat geen waarde aan de officiële lezing”? Peter Meyer, begin 30, adjunct-commies A. was bang voor het ministerie van defensie. Zijn telefoon werd afgetapt, zijn werk was hem afgenomen en alle tegenslagen die hem de laatste tijd overkwamen, waren duistere machinaties van dat zelfde ministerie, zo meende hij.

    Surinaamse autoriteiten probeerden vervolgens Peter Meyer het land uit te krijgen. Hij kreeg echter van het ministerie te horen dat alles goed ging en dat hij op zijn post moest blijven. Korte tijd later stond majoor Koenders voor Peter Meyer. Hij was een topman van de Contra Inlichtingen Dienst (CID) en had de taak uit te zoeken wat er zich nu in werkelijkheid had afgespeeld in de voormalige kolonie. Koenders vraagt aan Peter Meyer om hem te helpen bij die opdracht.

    De majoor, door verhoren van vele betrokkenen van de gebeurtenissen bij de staatsgreep, die inmiddels naar Nederland waren gevlucht of geroepen, wist al dat Nederlandse militairen bij de coup betrokken waren. Angst om terug geroepen te worden naar Nederland en daardoor het verliezen van hun lui leventje, rancunes en andere persoonlijke redenen zouden de achtergrond daarvan zijn geweest. Majoor Koenders kreeg in Suriname bevestiging van zijn vermoedens, bedankte Peter Meyer en vertrok naar Nederland om zijn rapport voor de legertop af te ronden.

    Peter Meyers wrekende wapen moest het ultra geheime plan ‘de zwarte tulp’ worden. Dit plan stammend uit de tijd vlak voor de machtsoverdracht in Suriname behelsde een schema om eventuele onlusten nog voor de machtsoverdracht neer te slaan. Dit om de Nederlanders te kunnen evacueren. Zwarte tulp is nooit in werking hoeven te treden. Gezien de aard van het plan was er bevolen dat het plan na november ’75 vernietigd moest worden. Dat gebeurde ook — echter op één exemplaar na. Dit exemplaar nu zou via de Nederlandse missie in handen zijn gekomen van Bouterse en door hem zijn gebruikt bij het uitvoeren van zijn greep naar de macht. Peter Meyer vertelde in Suriname dat hij het originele exemplaar in zijn bezit had samen met andere geheime stukken. Peter Meyer was hierdoor voor Nederland een “veiligheidsrisico” geworden.

    Hij raakte er steeds meer van overtuigt dat hij werd achtervolgd door allerlei inlichtingendiensten. “Ik weet teveel, heb teveel achter de schermen gekeken”, zei hij niet lang voor zijn dood. “Maar ik ben niet van plan te sterven voor het landsbelang”. Een paar weken voor het noodlottig ongeval besloot hij met zijn verhaal in de openbaarheid te komen. “Er gaan koppen rollen”. Voordat het zover was, stierf hij zelf.

    “Dood snoerde mond getuige definitief” – “Limburgs Dagblad” 1/8/1983

    Hans Meyer, de broer van de overledene: “Peter heeft mij gezegd dat hij het document bij toeval had aangetroffen in een van de kasten van het consulaat in Paramaribo. Het consulaat waarin de militaire missie was ondergebracht. Hij heeft mij verteld dat hij, om onderschepping te voorkomen, het rapport destijds vanuit Frans Guyana heeft verstuurd en in bewaring gegeven aan vrienden. Wie die vrienden zijn, wilde hij niet prijs geven.”

    Dat Peter inderdaad loyaal bleef aan zijn baas blijkt het best uit de brief die hij op 16 juni 1981 aan de kolonel schreef en waarin hij de onthullende informatie geeft: “Op een avond had hij (Lorwa — red.) zo veel gedronken dat hij vrijuit ging praten over de ‘coup’ en vertelde dat deze bij Clements (lid van de Missie — red.) met medeweten van Valk was afgerond en dat ze bij Clements zijn vetrokken”, waarna de toevoeging tussen haakjes volgt (U weet wel wie ‘ze’ zijn). Verderop in de brief: “Clements is tegen het verbod in dagelijks in het legerkamp geweest en heeft tegen ‘derden’ gezegd: ‘Wie zal me hiervan weerhouden?'”

    Een essentieel aspect van dit werk hield in de majoor Koenders van de militaire Contra Inlichtingen Dienst bij te staan. Inmiddels was er van de nu door kolonel Valk zo heftig ontkende bemoeienissen met de staatsgreep toch het een en ander doorgedrongen bij Defensie. Via naar Nederland gevluchte Surinaamse militairen, maar ook via tal van andere bronnen als bij voorbeeld Peter Meyer zelf. Majoor Koenders had de opdracht hierover een rapport samen te stellen. Het rapport dat vorige week via het weekblad Vrij Nederland in de publiciteit kwam en dat volgens het blad de steun aantoont van kolonel Valk aan de Surinaamse staatsgreep.

    Het is in de loop van deze naspeuringen dat de waarnemend militair attaché Meyer, volgens de stellige bewering van zijn broer Hans, op het plan de ‘Zwarte Tulp’ zou zijn gestoten, Van origine een vóór 1975, tijdens het Nederlands koloniaal bewind opgesteld rampenplan voor de evacuatie van alle Nederlanders, was dit plan volgens ingewijden in een handomdraai te transformeren tot een plan voor een staatsgreep. Hans Meyer beroept zich op mededelingen van zijn overleden broer wanneer ook hij zegt dat dit inderdaad is gebeurd.

    Het briefje waaruit Peter Meyer’s gedwongen verlof blijkt, is gedateerd 15 oktober 1981, dat wil zeggen drie weken na de komst van kolonel Van Tussenbroek. Op twee weken na, in juni vorig jaar, is de adjunct commies A nooit meer aan de slag geweest. Zijn gedwongen verlof mondde uit in de toestand ‘vrij van dienst’ en dat is tot zijn dood zo gebleven.

    “Affaire-Valk betekende ondergang voor ambtenaar Peter Meyer” – “De Stem” 6/8/1983