Type what you’re looking for and press Enter.

De Nederlandse (r)overheid is een criminele en terroristische organisatie

Enkele dagen terug kwam ik in een artikel op Starnieuws het volgende tegen:

Het Nederlands Openbaar Ministerie wilde dat de banken de 19,5 miljoen euro aan de Nederlandse staat zouden afstaan in ruil voor een oplossing. De banken zijn daarvoor niet gezwicht en hebben besloten middels een klaagschrift procedure de zaak aan de Nederlandse rechter voor te leggen.

Ervan uitgaande dat het bovenstaande op waarheid berust, vraag ik me af waarom geen enkel journalist tot zover heeft gedurfd om bij naam te noemen wat er hier gaande is, namelijk, afpersing en roof. Voor mij was al lang duidelijk dat de Nederlandse roverheid, die zich hier duidelijk als de maffia opstelt, een criminele en terroristische organisatie is, maar het bovenstaande had wel ervoor moeten zorgen dat diegenen die nog twijfelden nu wakker geschud zouden worden.

Het gaat er bij de Nederlandse roverheid helemaal niet om het bestrijden van criminaliteit, het tegen gaan van geld witwassen en financiering van terrorisme, of andere soortgelijke drogredenen. Wanneer het hun goed uitkomt doen ze namelijk even hard mee aan het financieren van terroristen, zoals ze recentelijk deden in Syrië (70 miljoen euro) en natuurlijk ook in de jaren 80-90 in Suriname.

De omslag van het boek “Roofstaat” door Ewald Vanvugt

Wat de Nederlandse roverheid probeert te bereiken met de inbeslagname van geld is het opvoeren van de druk op Suriname middels het veroorzaken van een financieel/economische crisis om zodoende de lokale leiding op hun knieën te krijgen om zo hun wil door te kunnen drukken. Dit is een oude en bekende tactiek welke telkens weer gebruikt wordt door de kolonialisten. Hetzelfde passen ze nu toe in Venezuela.

Dus wanneer sommige parlementariërs het hebben over “bakra basie” 1 hebben ze gelijk. Alleen hebben ze niet door dat ze zelf ook deel zijn van het probleem. Het huidig bestuurssysteem en wetgeving is namelijk achtergelaten door diezelfde “bakra basie” en doet nog steeds goed zijn werk voor wat betreft het bestuur op de plantage Suriname en het onderdrukken van de lokale slavenbevolking. Niet zo lang terug zijn bijvoorbeeld diezelfde koloniale wetten gebruikt door de politie om protesten tegen te gaan. Men noemt de politie vaak hun “beste kameraad” maar men zou moeten na gaan wat het oorspronkelijk doel was van de politie, vroeger meer bekend als “slave patrol (slavenpatrouille)”. En diezelfde koloniale wetten, die dienden als vervanging van de oude vorm van slavernij, worden nog steeds gebruikt om een ieder op de plantage Suriname af te persen en te beroven van de vruchten van hun arbeid.

Ik hoor de reacties al, “ik ben geen slaaf”, “de slavernij is al lang afgeschaft.” Dat heeft “bakra basie” jullie inderdaad doen geloven. De oude vorm van slavernij is vervangen door een nieuwe vorm en verkocht aan jullie als “vrijheid” en “democratie”.

Vroeger was de relatie tussen meester and slaaf duidelijker toen de slaaf dagelijks direct in contact stond met zijn meester. Het verschil met nu is dat er door de jaren heen geleidelijk aan meerdere niveaus van indirectie zijn gekomen tussen de slaven en hun meesters waardoor het voor de meesten steeds moeilijker is geworden om de verbanden te leggen en de indirecte constructies te zien voor wat ze zijn.

Als jullie zo vrij zijn, waarom hebben anderen meer te zeggen over jullie eigendommen, inkomen en lichamen, dan jullie zelf? Als je huis daadwerkelijk van jou is, waarom moet je de roverheid betalen om erin te mogen blijven wonen (“huurwaarde belasting”)? Als de opbrengsten van je arbeid van jou zijn, waarom bepaalt de roverheid welk deel ervan je mag houden (“inkomsten/loon belasting”)? Of zoals een meme op Internet het zei, als het claimen van 100% van de vruchten van iemands arbeid slavernij is, bij welk percentage is het dan geen slavernij meer? Als je lichaam van jou is, waarom bepaalt de roverheid voor jou wat je wel of niet erin mag stoppen of ermee mag doen?

Suriname is nog steeds eigendom van “bakra basie” inclusief alle mensen die er wonen. “Bakra basie” is misschien niet meer fysiek aanwezig (absenteïsme) maar heeft het nog steeds voor het zeggen. Het bestuur van de plantage is nu in handen van opzichters en basjas met officieel klinkende titels zoals “president”, “minister”, “parlementariër” etc. Daarom had ik eerder aan een journalist van Starnieuws verteld dat binnen dit systeem het de president is die lijding geeft op de plantage. De president kan gezien worden als de CEO (Chief Executive Officier) van de plantage die als bedrijf/commerciële operatie beheerd wordt, en de ministers, assembleeleden en anderen in roverheidsdienst als managers en employees. De echte eigenaren en aandeelhouders (de meesters) zitten op de achtergrond. Daarom praten we ook over de “maatschappij Suriname” of de “Surinaamse maatschappij” (maatschappij = firma, bedrijf, onderneming). Alle plantages van vroeger zijn gewoon geconsolideerd in een gigantische plantage onder de naam Suriname, onder een nieuwe bestuursvorm, terwijl aan een ieder werd voorgehouden dat de slavernij werd “afgeschaft”. In werkelijkheid werd de slavernij alleen maar efficiënter, winstgevender en hardnekkiger.

Dit zijn allemaal dingen die Anton de Kom al door had toen hij zijn boek “Wij slaven van Suriname” schreef. 2 Maar straks op 25 november, 85 jaren later, gaat men nog steeds hun “onafhankelijkheid” vieren.

“Bakra basie” blijkt dus nog steeds behoorlijk wat invloed te hebben op de plantage Suriname en hebben hun middelen om het bestuur van de plantage te dwingen om hun wil uit te voeren. De bedoeling van deze commerciële operatie genaamd “Suriname” is geld verdienen voor de aandeelhouders, de meesters, zodat die steeds rijker worden en blijven profiteren. Het bestuur van de plantage heeft geen ander keus dan hieraan mee te werken, anders zullen ze al gauw plaats moeten maken voor andere slaven die zich wel optimaal lenen voor de uitbuiting van de plantage. Werkt het bestuur niet mee, dan wordt er druk op ze gezet. “Bakra basie” heeft verschillende tools tot zijn beschikking om druk uit te oefenen op het bestuur van de plantage. Vooral de financieel/economische tools blijken populair te zijn, maar als die niet werken krijg je politieke destabilisatie, financieren van (lokale) terroristen, en uiteindelijk militaire interventie. Dit alles hebben we op de plantage Suriname al meegemaakt in het verleden en ik heb daarover een filmpje gemaakt.

Niet zo lang terug heeft een voormalig “bakra basie” insider (nu klokkenluider) genaamd Ronald Bernard in details uit de doeken gedaan hoe ze te werk gaan. Ik kan de interviews van hem afgenomen en gepubliceerd door Coöperatie de Vrije Media warm aanbevelen.

De issues m.b.t. de “wet op Staatsschuld” moeten gezien worden in het kader van het bovenstaande. “Bakra basie” heeft enkele jaren terug al via het IMF, één van hun werk armen, geprobeerd om de plantage dieper te storten in schuldslavernij. Het is ze niet gelukt dus proberen ze het op andere manier, namelijk het opvoeren van de financieel/economische druk (het doen afnemen van de inkomsten door terug trekken van multinationals, in beslag name van gelden, creëren van een kunstmatige valuta schaarste etc.), zodat de lokale roverheid alsnog gemanipuleerd en geforceerd wordt om geld te moeten lenen. Al de leningen aangegaan door de huidige basjas in de roverheid zijn daarvan het gevolg. De druk is nu zodanig verhoogd dat nu ook de limieten in de wet opgeheven moeten worden zodat de plantage nog dieper gestort kan worden in schuldslavernij. Dit biedt “bakra basie” betere garanties voor het exploiteren van de rijkdommen op de plantage en het uitbuiten van de lokale slaven voor de toekomst. Voormalig insider John Perkins gaat in zijn boek “Confessions of an Economic Hitman” in details in op deze werkwijze en het doel ervan. Ook Ronald Bernard gaat hierop in in de eerder genoemde interviews.

Tot slot wil ik nog aangeven aan de opkomende politici en de nieuwe partijen, dat als ze denken dat ze binnen het huidig systeem iets gaan kunnen veranderen ze van een koude kermis thuis gaan komen. Velen leven nog in de veronderstelling dat, wanneer ze in de roverheid komen als basjas en opzichters, ze dan vrij zullen zijn om hun beleid te bepalen en uit te voeren. Echter is het zo dat wanneer je binnen komt in het bestuur van de plantage, je al gauw zal horen van de afgezanten en internationale werkarmen van “bakra basie” die gaan vertellen wat ze uitgevoerd willen hebben op de plantage. Zoals we hebben gezien, keer op keer weer, recentelijk en in de geschiedenis, zal je alleen beleid kunnen maken en uitvoeren voor zover het in het belang is van “bakra basie” (en daarmee niet in het belang van de slaven). Wanneer dat niet het geval is, zal je met precies dezelfde issues te maken krijgen als de huidige basjas en opzichters in de Surinaamse roverheid, en diegenen die hen voor waren. Zelfs de Russische president Putin heeft niet zo lang terug hierover het één en ander gezegd.

Voor meer achtergrondinformatie over hoe dit systeem in elkaar zit en wat het doel ervan is verwijs ik naar mijn voorgaande artikelen “Statisme: Een Systeem voor jouw Slavernij” en “On money, Bitcoin and cryptocurrencies in general.”

Footnotes

  1. De term “bakra basie” wordt in Suriname vaak gebruikt om de Nederlandse kolonisators aan te duiden. Letterlijk vertaald betekent het “blanke meester”. ↩︎
  2. Hier een citaat uit het boek “Wij slaven van Suriname” (1934):

    DE VRIJHEID?

    „Wat toch”, zoo redeneerde Linguet, „heeft de maatschappij in de plaats der slaven gekregen? De zoogenaamde vrije dienstbaarheid. Doch het geschenk der vrijmaking, op die wijze, is niet anders dan de krans waarmee men het slachtoffer tooit: een ware bespotting. Slavernij is dan beter en zachter. Nu eenmaal het wezen der maatschappij daarin bestaat, dat de rijke niet werkt, is dienst baarheid slechts een zachter naam voor een nog harder zaak dan slavernij was. De slaaf werd tenminste gevoed, zelfs als hij niet werkte, zooals onze paarden die alle dagen hooi in de ruif vinden. Maar wat wordt er van den vrijen daglooner, die dikwijls slecht betaald wordt als hij werkt, wat wordt er van hem als hij niet werkt? Hij is vrij, maar ziedaar zijn ongeluk! hij behoort aan niemand, maar niemand heeft hart voor hem. Wanneer men hem noodig heeft, huurt men hem zoo goedkoop als het kan. Het armzalig loon, dat men hem belooft, staat in geldswaarde ternauwernood gelijk met den prijs van het voedsel van den dag, dien hij in arbeid levert. Men stelt opzichters aan, om hem te dwingen stiptelijk zijn taak te volbrengen: men haast hem: men zet hem aan, uit angst dat hij er iets op uitvindt om de helft van zijn kracht te verbergen teneinde langer aan het werk te blijven. De inhalige zuinigheid van den werkgever volgt zijn arbeid met onrustige blik, overlaadt hem met verwijten bij den minsten stilstand dien hij zich schijnt te gunnen, en, indien hij een oogenblik rust neemt, beweert zij dat hij haar besteelt. Heeft hij gedaan, dan zendt men hem weg, zooals men hem genomen heeft, met de koudste onverschilligheiden zonder er zich over bekommeren, of de twintig of dertig stuivers, die hij met zuur dagwerk heeft verdiend, voldoende zullen zijn tot zijn onderhoud, voor het geval dat hij den daarop volgenden dag geen werk vindt.”72)

    Ook thans nog bevatten de woorden van Linguet veel waars, ook al wordt ieder jaar op 1 Juli de dag der bevrijding met veel vertoon van vreugde in Suriname gevierd. Laat men ons aantoonen, dat de Surinamers in den waren zin des woords vrij zijn, dat ze niet meer gedwongen worden hun arbeidskracht te verkoopen, zij het dan op andere wijze dan tijdens het tijdperk der slavernij.

    De andere wijze van dwangarbeid ging vooral via de “belastingen”:

    De slavernij is afgeschaft, een nieuwe ordening der koloniale maatschappij is noodig, dit is de periode waarin de fundamenten voor een andere toekomst gelegd moeten worden. […] Reeds dadelijk na de overname van het gezag blijkt tot welk welvaartpeil de vroegere slaven sinds hun bevrijding waren opgeklommen. Voor zoover zij, na de opheffing van het 10-jarig staatstoezicht, de slaventoestanden op de plantages niet meer konden en hoefden te verdragen, hadden zij zich als kleine boeren op kostgrondjes gevestigd waarvoor zij hooge pacht aan de eigenaars of aan de regeering betaalden. (Nog heden bedraagt de pacht aan het gouvernement voor wilden grond ƒ 10.—per h.a. per maand). Hierbij kwamen echter nog hooge belastingen, waardoor zij er niet veel beter aan toe waren dan de plantage-proletariërs.

    De commissie voor de huurwaardebelasting vaak gebouwen voor ƒ60.— huurwaarde aanslaat, die nog geen ƒ 60.—aanbouw gekost hebben. Bij de vaststelling der inkomstenbelasting worden soms willekeurige maatstaven aangelegd. Daarbij komen wegenonderhoud en steigergeld. De heer Putscher vertelde in de Koloniale Staten hoe een Britsch-Indiër zijn steiger afbrak en voortaan door de modder waadde, omdat hij de belasting niet kon betalen.

    Tegelijkertijd echter overweegt men een nieuwe belasting op het houden van kippen, eenden, ganzen, kalkoenen, varkens, geiten, koeien, katten, papegaaien en kanarievogels, die met de opcenten er bij ruim een millioen per jaar in het laadje moet brengen. En in de kranten plaatst het gouvernement groote advertenties met de mededeeling, dat hij die zijn inkomstenbelasting niet tijdig betaalt, gestraft zal worden met een boete van ten hoogste 300gulden.

    Britsch-Indiërs vertellen dat men hen weggehoond heeft als ze kwamen klagen, spottende roepend: „wacht maar op jullie Gandhi!” Zij kunnen de belasting op de huurwaarde van hun grondjes en de krotten die daarop staan, niet meer betalen. Om de belasting te kunnen innen, dringen militairen in hun huizen, verkoopen het dak boven hun hoofd, de kippen uit den tuin, de kleine voorraadrijst die dienen moest als mondvoorraad voor het gezin. De waarde van het verkochte wordt vastgesteld door den aanvoerder die zoowel kooper is als verkooper. Men komt bij een familie die geen belastingschuld heeft. Daar de man niet thuis is, weigert de vrouw de militairen binnen te laten. Zij wordt, hoewel zij zwanger is, ter zijde geslingerd en baart later een mismaakten jongen. Dezelfde klachten krijg ik van de kleine boeren uit Nickerie. Het werk in de polders daar is buitengewoon zwaar, terwijl de prijs van de rijst ten gevolge van de crisis tot het uiterste gedaald is. Ook zij kunnen de belasting niet meer betalen en ook zij worden onteigend.

    Deze vorm van slavernij bestaat vandaag nog steeds. ↩︎

Comments

There are 0 responses. Follow any responses to this post through its comments RSS feed. You can leave a response, or trackback from your own site.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.